Toch zijn de meeste planten erin groenten; doorgeschoten groenten: veel pastinaak, die in juni-juli bloeit met groengele schermen , schorseneer, prei, cichorei, boerenkool, radijs, peen, asperge en peterselie.
De roos is beplant met sierplanten: veel akelei en Allium hollandicum. Zoals het hoort wordt de groentetuin bewaakt door een vogelverschrikker: La Priona, voor het eerst gemaakt door Anton in 1988 en na zijn dood door verschillende kunstenaars uitgedost. De huidige, metalen versie is van Arnica Bosma.
Ernaast ligt de (15) Papavertuin (1986), die jaarlijks begin oktober wordt omgespit, waarna ieder jaar massaal klaprozen en bolderik (Agrostemma githago) opkomen. Wanneer die na juni zijn uitgebloeid, doet de groene naaldaar (Setaria viridis), die er al even massaal groeit, het op een graanveldje lijken.
Daar weer naast liggen de (16) Rotstuin en Grassentuin, die in 1996 zijn aangelegd ter vervanging van de Boerenborder, die totaal uit de hand gelopen was. De rotstuin, een pyramide van baksteen en maansteen, is niet met typische rotsplanten, maar met droogteminnende planten beplant. Overheersend zijn cipreswolfsmelk (Euphorbia cyparissias), gewimperd parelgras (Melica ciliata), lavendel en rode spoorbloem (Centranthus ruber). In de granietbestrating aan de voet heeft de bleekgele Chileense teunisbloem Oenothera stricta var. sulphurea het bijzonder naar de zin.