De oplossing werd als volgt gevonden: De blinde muur is over de gehele breedte van het souterrain vervangen door een trap, die maar gedeeltelijk bedoeld is om te belopen. De rest van de trap, die van de zon af is gekeerd, kon worden beplant met schaduwplanten (tongvarens!). Het grondniveau is met 45 cm. verlaagd, zodat vanuit het souterrain over de trap heen in de tuin gekeken kan worden. Door de plantbedden vervolgens terrasvormig te laten oplopen (tot een hoogte van 90 cm. boven het oude grondniveau) is de zichtbaarheid vanuit het souterrain verder verhoogd en wordt ruimte gesuggereerd die er eigenlijk niet is. Het enorme hoogteverschil (2,55 m. in een tuin van slechts 47 vierkante meter) versterkt de associatie met een rotskloof, die door de omringende huizen toch al aanwezig was. Het hoogteverschil wordt extra benadrukt door een drietal pilaren voor klimplanten. Zij komen in de plaats van bomen, die teveel schaduw zouden hebben gebracht.
Onder het eerste terras, dat aansluit bij de beletage, kon een bergruimte worden ingericht, bereikbaar via een kleine deur rechts van de deur van het souterrain.
Via een gebogen trap kan het tweede terras bereikt worden, gelegen op 45 cm. onder het oude grondniveau. Het derde terras ligt op het oude grondniveau en is d.m.v. een kleine trap met het tweede terras verbonden. Alle terrassen zijn mozaiekvormig bestraat met oude waalklinkers.
De muur rondom de tuin is aan de linkerzijde over een lengte van twee meter onderbroken door een betonvlechtmat (voor klimplanten) om tegemoet te komen aan de bezwaren van de buren, die zich achter de muur erg opgesloten voelden.