De taxushagen aan weerszijden van de ca. 85 meter lange Long Borders waren in de loop van de jaren meer dan drie meter breed geworden, zodat het snoeien ervan steeds moeilijker werd en ze hun formele karakter verloren hadden. De vaste planten waren in (te) grote groepen aangeplant: bevredigend van grote afstand, maar niet wanneer je er tussendoor liep. De struikbeplanting (vnl. Cornus alba) was 's winters aantrekkelijk, maar 's zomers ronduit saai.
Een belangrijk gegeven bij het veranderen van deze border was de wens van Strilli Oppenheimer, om de haagwinde, die in deze border alles overwoekerde, op de een of andere manier te behouden.
De oplossing werd als volgt gevonden: de (vergeefse) pogingen om de taxushaag formeel te houden zijn opgegeven. In plaats daarvan wordt de haag voortaan in grillige vormen gesnoeid. De border krijgt een nieuw formeel aspect in de vorm van een vijftal cirkelvormige, lage beukenhagen, die strak zullen worden gesnoeid. Binnen de cirkels komen aan weerszijden van het middenpad op regelmatige afstanden van elkaar klimtorens, waarin de haagwinde en andere onkruiden naar hartelust mogen woekeren.
Minder soorten vaste planten worden zo in de tussenliggende borders "gestrooid", dat een natuurlijker effect wordt bereikt. In elk jaargetijde is een beperkt aantal soorten aspectbepalend. De aantallen van Cornus alba worden sterk teruggebracht. Om het winterbeeld aantrekkelijk te houden, worden grote aantallen siergrassen (Miscanthus, Panicum) geplant.