Omringd door een oerwoudachtige begroeiing van Japanse duizendknoop (Fallopia japonica), bamboe en alles overwoekerende hop (Humulus lupulus) groeien er o.a. adderwortel (Persicaria bistorta), vaste judaspenning (Lunaria rediviva), monnikskapboterbloem (Ranunculus aconitifolius), akeleiruit (Thalictrum aquilegiifolium) en kleine kaardebol (Dipsacus pilosus).
Het pad leidt vervolgens naar een deel van (4) het Bos, gelegen op een stuifheuvel, restant van de stuwwal van Coevorden naar Texel, die tijdens een tussen-ijstijd is ontstaan. 25 Jaar zorgvuldig nietsdoen heeft ertoe geleid dat het -aanvankelijk armetierige- bos zich ontwikkelt tot een eiken-hulstbos, het natuurlijke climaxbos op het Drentse plateau, met een rijke ondergroei van hulst, vuilboom, vogelkers, bramen, stekelvarens en witte klaverzuring (Oxalis acetosella). Sinds een paar jaar heeft de veelbloemige salomonszegel (Polygonatum multiflorum) zich in het bos gevestigd.